Arjen Visserman; hardloper & hardlooptrainer

“Hardlopen was lange tijd mijn beroep. Op mijn zestiende brak ik door met de toen snelste tijd op de 800 meter ooit wereldwijd gelopen, 1.48.36. Op mijn achttiende stapte ik over naar vooral kortere sprintafstanden en ook dat ging goed. Op mijn negentiende was ik de beste senior en mijn Nederlands record van 45.68 op de vierhonderd meter heeft heel lang gestaan.

 

Het is allemaal begonnen toen ik regelmatig met mijn moeder meeging naar een cross. Ik was toen een jaar of tien. Dan deed ik aan zo’n wedstrijd mee en werd ik eerste. Dat voelde natuurlijk goed. Ik werd lid van atletiekvereniging Impala in Drachten en ging steeds fanatieker trainen. Totdat ik het zo goed deed dat ik professioneel loper werd.

 

Als prof wilde ik er echt voor gaan. Ik verhuisde op een gegeven moment naar Rotterdam om bij Henk Kraaijenhof te trainen, die ook topatlete Nelli Cooman onder zijn hoede had. Ik was een trainingsbeest. Deden andere lopers een training van meerdere 60 meter sprints binnen, ging ik naar buiten om een heleboel 500 meters eruit te persen. Alles om maar een goeie 400 meter te lopen. Ik ging tot het uiterste.

 

De keuze voor de 400 meter was snel gemaakt toen ik op die 800 meter maar niet sneller werd. Ik kreeg het de jaren erna niet voor elkaar om mijn eigen tijd op die afstand te verbeteren. Die kortere afstand ging me beter af. Alhoewel ik in 1982 derde werd op de 800 meter bij de nationale seniorenkampioenschappen. Rob Druppers werd eerste, Han Kulker tweede. De overstap naar de 400 meter legde me echter geen windeieren want ik behaalde in 1985 en 1986 zowel indoor als outdoor verschillende nationale titels.”

Op hoog niveau kómen is makkelijker dan er blijven

“Op mijn 21e gooiden blessures roet in het eten, waaronder een scheenbeenvliesontsteking. Dat heeft nog lange tijd gesudderd. Bovendien had ik last van een lage testosteronspiegel waardoor ik regelmatig vermoeidheidsklachten had. Ik kon nog redelijk meekomen, maar in 1988 heb ik veel wedstrijden moeten missen. Kwamen er ook nog stressfacturen aan mijn voeten bij. Toen gingen sponsoren en de atletiekunie natuurlijk mopperen. Na twee jaar ben ik uit Rotterdam weggegaan en moest ik op zoek naar een andere trainer. Op hoog niveau kómen is makkelijker dan er blijven. Toch was ik in 1989 weer terug bij de wereldtop en schopte het bij de EK-indoor in Den Haag nog tot de derde plek in de halve finale.

 

In de tussentijd was ik een studie bestuurskunde gestart. Ik zou immers ook een baan moeten. Ik wilde er alles aan doen om het financieel mogelijk te maken om topsporter te blijven. Ik liep echter nieuwe blessures op, en toen in 1991 mijn zoon geboren werd, stopte ik als professioneel atleet.”

Veel ex-topsporters willen in de topsport blijven, maar ik heb gekozen om recreanten te trainen. Ik probeer de mensen de liefde voor het lopen bij te brengen. Met een klein beetje inzet kan iedereen een loper worden. De een heeft meer talent dan de ander, maar iedereen kan het.

Ik noem mezelf een hardloopboer

“Er moest brood op de plank en ik ben aan het werk gegaan. Eerst allerlei baantjes via een uitzendbureau. Ik kwam in een heel andere wereld terecht en bleef zoekende, totdat ik in 1994 een fitnesscentrum over kon nemen. Dat heb ik met beide handen aangepakt. Tot aan 2007, waarna ik besloot loopgroepen op te starten op zes verschillende plekken in Friesland. Ik ben een hardloopboer, zeg ik wel eens gekscherend. Wekelijks rennen er driehonderd mensen in mijn groepen.

 

Veel ex-topsporters willen in de topsport blijven, maar ik heb gekozen om recreanten te trainen. Ik probeer de mensen de liefde voor het lopen bij te brengen. Met een klein beetje inzet kan iedereen een loper worden. De een heeft meer talent dan de ander, maar iedereen kan het. Bovendien vind ik dat er in de loopsport minder in hokjes wordt gedacht bij welke andere sport dan ook. Ik ben van mening dat iedereen zijn eigen sportbeleving mag hebben. De één rent voor de kick van een snelle sprint of een lange duurloop, de ander voor de gezelligheid.

 

Alhoewel ik de topsport vaarwel heb moeten zeggen, blijf ik fanatiek. Ik heb altijd teruggevochten, ondanks veel blessures. Was ik er een paar jaar tussenuit vanwege achillesproblemen, startte ik opnieuw met lopen bij Start to Run. Ik moest van voren af aan beginnen. Toch had ik er direct weer lol in en in het voorjaar van 2016 deed ik mee aan de Monnikkenloop op Schiermonnikoog. De vijf kilometer. Ik deed de daaropvolgende jaren mee, totdat ik in 2018 als derde op het podium stond. Ik ging helemaal uit mijn dak om die prestatie. Die jongelui om me heen zullen wel raar hebben opgekeken van die ‘ouwe’, maar voor mij voelde het zo geweldig.

 

De laatste jaren train ik weer vier keer per week en loop ik met de groepen. Vorig jaar heb ik een hardloopreis naar Havana georganiseerd, wat zo’n toffe reis werd dat ik er helemaal gemotiveerd van terugkwam. Ik liep er nog nooit zo langzaam een halve marathon, vanwege hitte en hevige regen, maar het gevoel was helemaal terug. Ik voelde me fit, ik wilde weer trainen.”

Ik krijg nog altijd een kick van het gevoel in topvorm te zijn

“Ook al ben ik er jaren tussenuit geweest en liep ik in 2010 mijn laatste marathon, ik ben en blijf een loper. Hardlopen is pure vrijheid. Ik bepaal zelf wanneer ik loop en waar naartoe. Dat gevoel is heerlijk. Vroeger moest ik als prof zo snel mogelijk van A naar B rennen, nu geniet ik van iedere training en loop. Hoe langzaam of snel ook. Alhoewel de drive om er wat te maken blijft. Toen ik vorig jaar op oudejaarsdag een 10 kilometer wedstrijdje liep, stoof ik bij de start weg. Daar krijg ik nog altijd een kick van. Dat is het gevoel van vroeger, het gevoel dat je in topvorm bent. Het ging vanaf het begin zo lekker en mensen complimenteerden me met mijn stijl van lopen. Technisch klopt dat natuurlijk wel. Halverwege werd ik ingehaald, zo werkt het dan ook weer, maar daar kan ik nu om lachen.

 

Het hardlopen is als een verslaving. Het blijft moeilijk om een training over te slaan. Als ik niet kan lopen word ik chagrijnig, ik moet die vier keer in de week rennen om mijn energie kwijt te kunnen en ik voel me schuldig als dat niet lukt. Toch moet ik het ook relativeren. Mijn enige doel is nu om fit te blijven en zo lang mogelijk te blijven hardlopen.”

Laat nu een loopanalyse doen in ons looplab!