John Sloot, hardloper en eigenaar van runpoint

“Niemand zal vreemd opkijken als een sportman na zijn carrière een sportwinkel begint. In mijn geval was er van die carrière echter geen sprake. Sterker nog, op het moment dat die op doorbreken stond kwam er een kink in de kabel en was ik genoodzaakt afstand van het professionele hardlopen te nemen. Ik wist op dat moment niet wat ik moest.

 

Van een winkel was op dat moment nog helemaal geen sprake. Zelfs het feit dat ik als jochie al wist dat ik ooit een sportzaak zou beginnen -het was een grote wens- was ik er op dat moment niet aan toe. Ik wilde topsporter worden. Daar had ik mijn zinnen op gezet. Ik had talent en trainde er keihard voor. Op mijn zevende zat ik al op atletiek en op het onderdeel hardlopen was ik goed. Ik haalde in de loop der jaren veel prijzen, en werd vijf keer Nederland Kampioen op de 1500 meter, kampioen op de 3000 meter en cross.

 

Na militaire dienst stond ik tien tot vijftien uur in de week in een sportzaak en alle andere uren gingen op aan trainen. Op mijn 22ste zat ik vlakbij de limiet voor de 1500 meter op de Olympische Spelen in Barcelona. Ik moest 3.37.50 lopen, ik liep al 3.40.52 Ik ging er helemaal voor.

 

Tot dat moment dat ik uitvalsverschijnselen in mijn rechterbeen kreeg. Na een aantal minuten rennen hield mijn been er gewoon mee op. Ik ben er nooit achter gekomen wat de oorzaak was. Ben de hele medische molen doorgegaan maar zonder resultaat. Van twaalf keer per week trainen ging ik naar nul. Ik wist me geen raad.”

Ik startte met een aantal collega’s Running Center

“In plaats van het plan om op mijn dertigste een sportwinkel te beginnen, was dat moment nu veel eerder aangebroken, op mijn 24ste. Eerst via een franchise constructie, maar toen een half jaar erna de sportketen al failliet ging, moest ik het over een andere boeg gooien. In 1993 liep er niemand hard behalve wedstrijdlopers. Recreatieve lopers waren er nauwelijks. Makkelijk was het dan ook niet. Toch durfde ik het aan en startte met een aantal collega’s Running Center.

 

Die naam heeft tot 2020 op de gevel gestaan, ook al is er in de loop der jaren achter de schermen veel veranderd. Nu is het moment gekomen om het roer om te gooien. Een nieuwe naam, een nieuwe uitstraling, en misschien zelfs wel een nieuwe John. Of eigenlijk de oude John terug.

 

Dat zal ik uitleggen en je kunt het eigenlijk vergelijken met mijn hardlopen. Vroeger, in mijn professionele hardloopperiode, ging het om tijd, om aandacht en aanzien. Tegenwoordig ren ik zonder klokje om. Ik loop op gevoel en als ik moe ben ga ik wandelen. Vorig jaar liep ik op die manier de marathon van New York. Genoten heb ik. Het ging niet louter om presteren en het lichaam afmatten. Ik beleef het lopen nu heel anders, en ik vind het zeker zo mooi.”

De mens moet in de winkel centraal staan. Die schoenen zijn uiteindelijk maar een bijzaak.

Ik wil weten waar mensen voor willen gaan

“Dit gevoel loopt gelijke tred met de manier waarop ik mijn winkel wil draaien. Ik wil niet koste wat kost schoenen verkopen, ik wil de mens achter de klant leren kennen. Zo was het in die begintijd ook. Ik nam de tijd voor mensen, sprak met ze, leerde ze kennen, wist waar ze voor wilden gaan. Tegelijkertijd was dat waar ík voor wilde gaan: de mensen zo begeleiden dat ze gehoord werden in hun doelstelling, en daar wil ik naar terug. De mens moet centraal staan. Die schoenen zijn letterlijk en figuurlijk bijzaak.

 

Ik weet dat je sportschoenen via internet kunt kopen. Ik weet ook dat die menselijkheid daar totaal geen rol speelt. Dat er niet gevraagd wordt waar je voor gaat in het leven, waarom je loopt, waar je van geniet. Jouw verhaal doet er niet toe. In mijn winkel staat dát juist centraal.

 

Mijn levenservaring, ook als ondernemer, neem ik daarin mee. Ik heb moeilijke tijden gekend, tegelijkertijd ook fascinerende dingen meegemaakt. Als voorbeeld noem ik de Elfstedentocht van 1997, waarna mijn bedrijf na die moeilijke beginperiode in één klap weer financieel gezond was. Dat had niets met schaatsen te maken, wel met mijn ondernemersgeest en enthousiasme voor sport. Toen ik namelijk het vermoeden had dat die Elfstedentocht door zou gaan, reserveerde ik in de Frieslandhal de grootste stand, vooraan. Kostte me tweeduizend gulden, die ik eigenlijk niet had. Ik regelde dat vier fabrikanten van sportmaterialen elk vijfhonderd gulden zouden betalen om hun waar in mijn stand aan te bieden. Ik zei ze dat de opbrengst van alle verkoop voor mijn zaak was, wat over was moesten ze terugnemen. Ik had tien man personeel staan. Het werd gekkenhuis. Nu moet je weten dat er in die tijd nog geen mogelijkheid was om met pin te betalen. Tijdens het evenement heeft mijn moeder drie keer naar de bank moeten fietsen met aan het stuur een enorme tas vol contant geld. We moesten het gewoon tussentijds storten, zo goed ging het. Ik was in één klap uit de financiële zorgen.”

 

Ik kon door met mijn winkel en organiseerde vanuit Running Center allerlei sportieve activiteiten. Crosswedstrijden in de wintermaanden, een baancircuit met alle mogelijke atletiekonderdelen in de zomer, en ik stond aan de basis van Start to Run. Daarmee heb ik veel mensen aan het lopen gekregen. Mensen in beweging krijgen, vind ik nog steeds fijn.

Ik zocht naar nieuwe energie, nieuwe uitdagingen

“Het ging in al die jaren met ups en downs. In 2005 nam ik de stap de zaak te vernieuwen, in 2011 wilde ik het hele pand verkopen. Met een creatief team vertrok in naar New York om te brainstormen, om nieuwe plannen te ontwikkelen. Het moest anders. De concurrentie in de detailhandel en die van internet waren groot. Toen door omstandigheden de verkoop niet doorging, verdwenen de plannen in de kast. Met de belangeloze hulp van mijn accountant wist ik het financieel te redden, maar in de jaren erna raakte ik steeds verder in een dal. Ik had geen idee hoe ik me moest gaan onderscheiden, hoe het verder moest. Ik kon mezelf niet meer motiveren.

 

In de zomer van 2018 besloot ik met een lijst met vragen over de toekomst een week naar Terschelling te gaan. Ik zocht naar antwoorden en ging ook praten met coaches. Ik heb me afgevraagd waar ik blij van werd, wat mij weer energie zou geven. Ik vroeg me ook af wat de belangrijkste dingen zijn in het leven en ik heb kritisch naar mijn bedrijf gekeken. Er ontstonden nieuwe plannen, en misschien is het synchroniciteit of wat dan ook, maar ik ontmoette ook de jongens weer waar ik toentertijd mee naar New York was gegaan. Eén van die gasten herinnerde me eraan dat ik hem, in het Central Park, had aangezet tot hardlopen. Hij rent nog altijd drie tot vier keer per week. Nu wilde hij iets voor mij doen, en het plan uit 2011 kwam weer op tafel.

 

Ik had voor mijn zaak al een nieuwe naam bedacht, die vervolgens door één van die vrienden direct de prullenbak in werd gemieterd. Hij stelde een andere naam voor die veel beter de lading dekte. Die naam is het geworden. De winkel heeft niet alleen een andere naam gekregen, maar ook een metamorfose. Op 5 maart, op de dag dat ik 51 jaar word, is runpoint geopend, een zaak waar ik trots op mag zijn!”

Laat nu een loopanalyse doen in ons looplab!