Willem Wijma, hardloper, triathleet en administratief medewerker

“Mijn motto is ‘alles of niets’ en dan gaat het in alle gevallen om afzien én genieten. Ik kan goed de knop omzetten als ik er tijdens een training of wedstrijd doorheen zit. Eerst denk ik: ‘waarom doe ik dit?’. Als ik vervolgens door weet te pakken, voel ik me weer lekker. Dan volgt het genieten!

 

Waarom ik het werkelijk doe? Daar heb ik niet een logisch antwoord op. De trainingen voor een triathlon of trail zijn een prachtig proces dat vaak op de finish in een sneltreinvaart de revue passeert. Dit alles samen maakt het tot een groot avontuur.”

Welke sporter wil dit nou niet?

“Vrienden vinden dat ik extreem sport. Ik vind dat niet. Als sporter kan ik alleen maar denken: wie wil dit nou niet? Ik ben momenteel in training voor de Ultra Trail de Mont Blanc (UTMB) met een afstand van 171 kilometer met 10.000 hoogtemeters, en train vier tot zes keer per week. Dat wordt in de aanloop naar die wedstrijd steeds vaker. Het is naast mijn 36-urige werkwerk verdeeld over vier dagen goed te doen. Binnenkort wordt dat wel puzzelen als ik er een cursus tot Fitnesstrainer A-personal training bij ga doen, maar dat zie ik dan wel weer.

 

Ik heb niet altijd aan triathlons gedaan. Ik ben op mijn vijfde begonnen met voetballen. Het was jarenlang mijn lust en mijn leven. Twee keer per week trainen en in het weekend een wedstrijd. Daarnaast deed ik op een gegeven moment drie tot vier keer in de week aan fitness. Ik werd echt zo’n brede jongen.

 

Het ging mis toen ik last kreeg van mijn linkerknie. Ik ben er drie keer aan geopereerd, kraakbeen stuk, meniscus kapot. Er was van alles aan de hand. Ik kwakkelde een jaar lang en kwam er bovenop. Toen ik weer fit was, stond ik zo weer in de basis, maar de motivatie was verdwenen. Ik wilde niet meer.”

Als sporter kan ik alleen maar denken: wie wil dit nou niet?

Zwemmen had de meeste aandacht nodig

“Dat was vier jaar geleden. Tijdens mijn revalidatie had ik al eens met de fysiotherapeut gesproken over triathlons doen en dat leek na het voetballen een mooie nieuwe uitdaging. Vooral omdat ik heel goed in mijn eentje kan trainen. Het hardlopen kende ik van voetbaltrainingen en ik had al een paar keer een vakantie in het buitenland met de racefiets gedaan. Zwemmen kon ik echter niet goed, dus dat had de meeste aandacht nodig. Iedere vrijdagavond lag ik in het zwembad om te oefenen en te trainen. Het was 2016 en ik zou de Frysman gaan doen. De hele triathlon.

 

Twee weken voor de Frysman deed ik als opwarmer een kwart triathlon in Stiens en dat ging prima. Ik had in mijn hoofd om de hele in twaalf tot dertien uur te volbrengen. Ik zou me niet in het rood lopen en tegelijkertijd ook niet te voorzichtig doen. Ik wilde het zo relaxed mogelijk oppakken. Bij het zwemmen kregen we te maken met een enorme golfslag door de harde wind. Dat was voor mij echt overleven. Het fietsen ging beter en het hardlopen verliep prima. Tot de laatste tien kilometer. Vanaf dat punt was het absoluut afzien. Toch finishte ik binnen die twaalf uren, na slechts vier maanden trainen en een kwart triathlon als oefening. Ik was er hartstikke trots op.”

 

Mijn vader trouwens ook. Dat zeg ik omdat hij er nogal over in had gezeten. Net als mijn moeder en al mijn vrienden. Wat mijn vader dacht, dachten zij ook. Dat ik als jonge vent nog eens neer zou vallen met zulke extreme inspanningen. Maar als ik mezelf een doel stel, ga ik daar helemaal voor en maak het ook af. Zo zit ik gewoon in elkaar. Dat weten ze.

Tijdens een trail ben ik helemaal in het moment

“Tussen die eerste Frysman en de komende UTMB hebben nog flink wat trails gezeten. Zo ging ik naar Oostenrijk om te fietsen en te trailen. Rugzakje op en de bergen in. Ik vind dat het mooiste dat er is en het doet echt iets met me. Als ik aan het rennen ben met al die hoogtemeters denk ik nergens meer aan. Ik ben helemaal in het moment. In een training geeft me dat veel voldoening en tijdens wedstrijden spreek ik mezelf wel eens toe: ‘geniet nou ook even’. Dan probeer ik meer om me heen te kijken, alhoewel dat niet altijd vanzelfsprekend is want je moet soms goed je koers en evenwicht houden op smalle hellende paden. Ik moet me concentreren.

 

In 2017 deed ik een 53 kilometer trail in de Dolomieten met 3700 hoogtemeters. Dat was voor mij echt een ontgroening. De ultieme leerschool. Ik was gewoon te snel gestart en de laatste twintig kilometer zat ik helemaal kapot. Mijn maat heeft me op sleeptouw genomen. Het was te veel afzien geweest en te weinig genieten. Zo moet je niet iedere wedstrijd lopen.

 

Niet veel later deed ik een tweede en een jaar later nog een derde Frysman en meerdere trails met de nodige hoogtemeters, waaronder eentje in België van 100 kilometer, een andere van 103 kilometer in de Dolomieten en de TDS (Traces des Ducs de Savoie) van 119 kilometer. Vooral om punten te halen om aan de UTMB deel te kunnen nemen.

De uitdaging zit ‘m voor mij ook in het onderzoeken wat mijn lichaam aankan. De Frysman, trails en de UTMB zijn daar heel geschikt voor. Tegelijkertijd droom ik van nog meer. Nog verder. Stel dat ik vanuit mijn huis van start ga en naar Spanje hardloop, om maar iets te noemen. Dat lijkt me fantastisch. De Appalachian trail is ook nog wel een optie.”

Laat nu een loopanalyse doen in ons looplab!